Menu

volgende paginavorige paginaterug naar dashboardSchoolgids

 19/37 

4. Leerlingbegeleiding

We vinden het belangrijk dat onze leerlingen een plezierige schooltijd hebben en dat ze alle mogelijkheden hebben om een diploma te behalen. Het bieden van goede begeleiding en bijzondere zorg is daarbij onontbeerlijk.

Mocht uw kind (leer)problemen hebben, dan is het verstandig ons hiervan op de hoogte te stellen. Er zijn talloze zaken die goede prestaties van leerlingen in de weg kunnen staan, zoals faalangst of (veranderende) gezinsomstandigheden.

Hieronder geven wij in het kort aan welke begeleidingsvormen wij kennen en wat ze precies inhouden.

Mentor
Iedere klas heeft een mentor, een leraar die speciale zorg voor de leerlingen in zijn mentorklas heeft. Voor alle leuke en vervelende zaken die leerlingen op en rondom school tegenkomen, kunnen ze bij hun mentor terecht. De mentor geldt als het eerste aanspreekpunt voor leerlingen (en hun ouders). Als geen ander heeft deze mentor invloed op het reilen en zeilen van een klas en de individuele leerlingen in die klas. Daarom heeft hij/zij niet alleen regelmatig overleg met zijn leerlingen tijdens studie- en mentoruren, maar ook met andere docenten van deze leerlingen. Verder onderhoudt de mentor de contacten met u als ouders, gaat hij mee met excursies en werkweken en vervult hij tijdens de rapportvergaderingen van zijn klas een hoofdrol.

Om de overgang naar de nieuwe school zo soepel mogelijk te laten verlopen, besteden mentoren in de brugklas in de eerste paar weken extra tijd hieraan in de mentorlessen. Mentoren kunnen hun leerlingen zo vertrouwd maken met de school, hun klas, de nieuwe vakken en de nieuwe manier van werken. Daarna zijn de mentorlessen voornamelijk bedoeld om leerlingen studievaardigheden en sociaal-emotionele vaardigheden aan te leren en is er tijdens deze lessen tijd voor speciale gastlessen en/of projecten. De mentorlessen worden ook gebruikt voor het project `De brugklas leest’.
Op onze website vindt u een overzicht van alle mentoren en hun e-mailadressen.

Decaan
De decaan geeft voorlichting over vervolgopleidingen, pakket- en beroepskeuze. Hij organiseert excursies naar bedrijven en onderhoudt contacten met diverse vervolgopleidingen. Leerlingen in de bovenbouw kunnen gebruik maken van de diensten van de decaan. Het gaat hierbij om school- en keuzetests, hulp bij pakket- of richtingkeuze en informatie over vervolgstudies en beroepen.

Onze decaan is:
Mevr. H. Brandsma

Vertrouwenspersonen
Iedere vakdocent is ook begeleider. Hij draagt vakkennis over en heeft aandacht voor de leerling als persoon. Voor dat laatste is binnen het lesrooster soms weinig tijd en ruimte. Leerlingen vinden het daarom wel eens moeilijk de vakdocent aan te spreken op andere zaken dan het schoolwerk, terwijl zij toch behoefte hebben aan een gesprek. Zij kunnen dan naar hun mentor stappen. Soms heeft het gespreksonderwerp echter een zo vertrouwelijk karakter, dat leerlingen behoefte hebben aan ’specialisten’. Via de vakdocent, mentor of teamleider kunnen ze dan een afspraak maken met één van de vertrouwenspersonen.

Informatie die de vertrouwenspersonen krijgen, leidt alleen na overleg met de betrokkene tot acties waarbij andere hulpverleners betrokken kunnen worden. De school heeft echter wel een wettelijke meldingsplicht bij het bevoegd gezag als er op het gebied van seksuele intimidatie een klacht is over een medewerker van de school. Zie voor meer informatie hoofdstuk 10 Klachtenregeling.

Onze vertrouwenspersoon is:
Mevr. I. Jansen

Zorgcoördinator
De zorgcoördinator is voor het zorgsysteem binnen de school verantwoordelijk. Wanneer de resultaten van een leerling achterblijven of de leerling in sociaal opzicht opvalt, kan de mentor contact opnemen met de zorgcoördinator. In overleg met de mentor en/of de teamleider kunnen we u uitnodigen om dit te bespreken. Verder organiseert de zorgcoördinator hulp(verlening) binnen of buiten de school.

Onze zorgcoördinator is:
Mevr. C. Otjens

Ouder- en kindadviseur
Ook in het nieuwe schooljaar werkt er op onze school een ouder- en kindadviseur (OKA). De ouder- en kindadviseur geeft ondersteuning en advies aan leerlingen, ouders en docenten. Zij verwijst zo nodig door naar gespecialiseerde hulpverleners.

Onze ouder- en kindadviseurs zijn:
Mevr. P. Schreuder
Mevr. M. van der Hijden

Zorg Advies Team (ZAT)
Het Zorg Advies Team (ZAT) bespreekt leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Het is de taak van dit team om leerlingen die problemen hebben met raad en daad bij te staan. In dit team zitten ook externe deskundigen, zoals de schoolverpleegkundige (GGD), die de schoolarts informeert, de leerplichtambtenaar en de ouder- en kindadviseur. Dit begeleidingsteam komt iedere vijf weken voor overleg bij elkaar. Is een andere opleiding, school of hulp gewenst, dan zal de teamleider contact met u opnemen.

Jeugdnetwerk 12+
Elk stadsdeel in Amsterdam kent daarnaast een Jeugdnetwerk (12+). Deze Jeugdnetwerken
zijn gericht op informatie-uitwisseling, afstemming en coördinatie bij het aanbieden en monitoren van programma’s of interventies voor risicojongeren en gezinnen. De jeugdnetwerken bestaan uit vertegenwoordigers vanuit het jongerenwerk, straathoekwerk, jeugdzorg, politie, de zorgcoördinator van de ketenunit jeugdcriminaliteit, DWI-jongerenloket, Bureau Leerplicht, lokale trajectbegeleiders, jeugd maatschappelijk werk en (incidenteel) Raad voor Kinderbescherming, GGD-vangnet en de Reclassering Nederland. De informatie over de risicojongeren wordt door de netwerkcoördinator of caseregisseur vastgelegd in het Informatiesysteem JN12+, sinds kort genaamd informatie systeem jeugd en gezin.

Het jeugdnetwerk 12+ stemt zijn werk af met het ZAT. Zo wordt voorkomen dat verschillende aanpakken naast elkaar lopen.

Net als de werkwijze in het ZAT wordt ook hierbij een privacyreglement gehanteerd.
U kunt het privacyreglement opvragen bij de zorgcoördinator van de school.

Jeugdgezondheidszorg en GGD
Aan onze school zijn een schoolarts en een schoolverpleegkundige verbonden. Zij houden regelmatig spreekuur op school en kunnen leerlingen voor een onderzoek oproepen.
De school heeft met de GGD afspraken gemaakt om leerlingen die frequent of langdurig ziek gemeld worden, aan te melden voor het ziekteverzuimproject. Als ouders de oproep van de schoolarts negeren, moet de school de leerplichtambtenaar hiervan op de hoogte stellen. Leerlingen en ouders kunnen met de zorgcoördinatoren contact opnemen als zij een afspraak wensen.

Alle leerlingen in de tweede klas van het voortgezet onderwijs krijgen een preventief gezondheidsonderzoek (PGO) aangeboden. U krijgt hierover van tevoren bericht. Als u dat wilt, kunt u als ouder bij dit onderzoek aanwezig zijn. De leerlingen vullen voorafgaand aan dit onderzoek in de klas een vragenformulier in.

Als woonachtige in Amsterdam kunt u ook gebruikmaken van de GGD in Amsterdam. Zij heeft tot taak de gezondheid van de jeugd te bevorderen. De GGD staat klaar voor leerlingen die behoefte hebben aan een vertrouwelijk gesprek, bijvoorbeeld over dingen die ze onzeker maken, seksualiteit, veilig vrijen, roken, etc. Ook ouders met vragen over opvoeding, gezondheid of ontwikkeling van hun kind kunnen bij de GGD terecht voor een gratis vertrouwelijk gesprek.

Bezoekadres: Wingerdweg 52, 1032 AN Amsterdam
Telefoon: (020) 555 56 36
E-mail: wingerdwegvo@ggd.amsterdam.nl
Jeugdarts KNMG i.o.: Mevr. M. Harskamp- van Ginkel
Jeugdverpleegkundige VO & medewerker projectteam chat 4-12 jr.: Mevr. S. Ritsema

Training voor leerlingen met faalangst
Leerlingen met faalangst kunnen soms op school, anders extern een speciale training volgen. Tijdens deze training leren ze in groepsverband met de negatieve gevolgen van faalangst om te gaan. Ook zijn er individuele gesprekken mogelijk met een docent die veel verstand heeft van faalangst. Informatie is aan te vragen via de mentor.

Ondersteuning/RT-lessen
Bij alle leerlingen nemen we volg- en adviestoetsen van het cito af. We onderzoeken daarmee de vorderingen in begrijpend lezen, spellingvaardigheid en de basisvaardigheden rekenen. Indien er achterstanden zijn wordt de leerling ingedeeld bij de steunlessen. Deze worden in de school op een vast uur in de week gegeven.

Dyslexie
Indien bij uw kind een gemiddelde of ernstige vorm van dyslexie is geconstateerd en er een dyslexieverklaring is afgegeven, krijgt uw kind een faciliteitenkaart. Zo weten docenten dat er bij de afname van toetsen, overhoringen, examens en overgang speciale regels gelden. Afhankelijk van aard en ernst van de handicap komt de GZ-psycholoog of orthopedagoog met aanbevelingen, bijvoorbeeld:

  • de leerling kan meer tijd krijgen voor het maken van een werk of toetsen (dat kan zelfs gelden voor luistertoetsen);
  • de leerling kan gebruik maken van toetsing in grootschrift, in kleur of via daisyspelers;
  • er wordt rekening gehouden met spelllingproblemen, zowel bij Nederlands, als bij Engels, Frans en Duits;
  • het gebruik van spellingcontrole wordt toegestaan.

Het is mogelijk dat de geconstateerde vorm van dyslexie geen concrete problemen oplevert of dat uw kind niet gebaat is bij de maatregelen die wij als school kunnen nemen. In dat geval wordt er geen verdere begeleiding en/of preventieve remediëring gegeven. Neemt u voor meer informatie contact op met de teamleider.

Bij dyslexie zal de inspectie examentijdverlenging toestaan. Hiervoor is een officiële dyslexieverklaring nodig. De leerling moet kunnen aantonen dat er maatregelen vanuit de school getroffen zijn en welke dat zijn. Als er tijdens de lessen verlenging is gegeven, zal de verlening bij het examen daarbij aansluiten.

Onze dyslexiespecialist is mevr. T. Schouten.

Blessures
Raakt uw kind op school geblesseerd, dan handelen we naar de ernst van de blessure. Er kunnen drie keuzes worden gemaakt:

  • De blessure wordt door de conciërge en/of docent afgehandeld.
  • Uw kind wordt, na telefonisch contact met ouders, naar huis gestuurd.
  • Uw kind wordt door de ouders naar de eerste hulp van het ziekenhuis gebracht.

In de laatste twee gevallen neemt de teamleider contact met u op. De verdere afhandeling gebeurt in samenspraak. Wij verzoeken u ons te laten weten wanneer uw kind thuis is aangekomen.

Langer dan twee weken ziek
Wanneer uw kind door ziekte en/of ongeval tijdelijk onderwijs moet verzuimen, kunt u een beroep doen op ondersteuning. Aan deze voorzieningen zijn geen kosten verbonden.
Weet u van tevoren dat uw kind langer dan twee weken ziek thuis zal zijn, dan kunt u de Stichting Onderwijs aan Zieke Kinderen Thuis in Amsterdam inschakelen. Inlichtingen hierover kunt u bij de zorgcoördinator krijgen of u kunt bellen met de coördinator, Mevr. J. Taams, op telefoon-nummer (0299) 37 42 42 of kijk op www.huisonderwijsamsterdam.nl.
Tijdens of na een opname in een niet-academisch ziekenhuis of revalidatiecentrum kunt u contact opnemen met ABC Onderwijsadviseurs, www.hetabc.nl, telefoonnummer (020) 799 00 10. Dit geldt ook voor alle overige vragen rondom ziekte en onderwijs. Wanneer uw kind behandeld wordt in een academisch ziekenhuis (VUmc of Emma Kinder­ziekenhuis/AMC), kunt u contact opnemen met Educatieve Voorziening, telefoonnummer (020) 566 89 52, www.educatievevoorzieningamsterdam.nl.

STOP (school time-out project)
Leerlingen met aanpassings- en/of gedragsproblemen volgen een programma om aan sociale vaardigheden en studiehouding te werken. Leerlingen krijgen gedurende maximaal drie maanden een tijdelijke opvang in een speciale klas. De begeleiding in de STOP-klas is gericht op terugkeer naar de eigen reguliere klas. De leerling blijft gewoon ingeschreven op de eigen school. De aanmelding gebeurt vanuit het ZAT en gaat vergezeld van een aanmeldformulier met een duidelijke probleemomschrijving en hulpvraag. Ook jeugdzorg wordt hierbij ingezet. Op basis daarvan stelt het STOP-team een plan van aanpak op, in samenspraak met de leerling. De uitvoering kent de volgende fasen:

  • bewustwording van het eigen gedrag;
  • binnen STOP oefenen op het nieuwe gedrag;
  • gefaseerde terugkeer naar de eigen klas.

De STOP-klas is gesitueerd op Het Hogeland College in Amsterdam-Noord. De begeleiding wordt verzorgd door het Altra College en omvat jeugdzorg en onderwijs. Plaatsing van leerlingen gebeurt in overleg met de ouders.

Transferium
Indien een leerling grote gedragsproblemen op school geeft, kan hij naar het Transferium worden verwezen, om daar tijdelijk te worden geplaatst. Deze leerling komt in principe niet meer in de school terug. Er wordt een andere passende school gezocht. De ouders worden van tevoren op de hoogte gebracht en in de procedure betrokken.

‘Rugzakje’
Door de invoering van het 'Passend Onderwijs' gaat het geld van de rugzakjes per 1 augustus 2014 gebundeld naar de samenwerkende schoolbesturen in een regio (het samenwerkingsverband). Die bepalen hoe ze het geld zo doeltreffend mogelijk inzetten voor de leerlingen in de scholen.

Het Ouder- en Kindcentrum in Amsterdam (OKC)
In het Ouder- en Kindcentrum (OKC) kunnen ouders en kinderen terecht met al hun vragen over opvoeden en opgroeien. Bij het OKC vind je onder andere opvoedadviseurs, jeugdgezondheidszorg en diëtisten.

In het nieuwe gebouw aan Gare du Nord (waar ook de Bredero Mavo is gevestigd) is het Jongeren Informatie Punt (JIP) van Noord gevestigd. Dit is een nieuwe dienst van het OKC speciaal voor jongeren. Het is een plaats waar ze informatie en advies kunnen krijgen over onderwerpen als werk, geld, seksualiteit.

Er zijn meer dan 20 Ouder- en Kindcentra in Amsterdam, waarvan 4 in Noord. U kunt OKC-medewerkers spreken bij ouderavonden voor de brugklas en op themabijeenkomsten op school. Het OKC geeft ook trainingen en workshops.

Meer informatie is te vinden op: www.amsterdam.nl/OKC/noord