Menu

volgende paginavorige paginaterug naar dashboardSchoolgids

 13/37 

3.4 Cijfers, rapporten en overgang

Rapporten en rapportcijfers
Drie keer per jaar ontvang je een rapport. De cijfers op je rapport zijn de gemiddelden die je voor de vakken hebt gehaald. De cijfers die je voor je toetsen (klein, middelgroot en groot werk) in de eerste periode gehaald hebt, tellen ook mee voor het tweede rapport. Evenzo geldt dit voor de cijfers van de eerste en tweede periode die mee tellen voor je derde rapport. We noemen dit voortschrijdende gemiddelden. Het derde rapport is het overgangsrapport.

Voor de berekening van de rapportcijfers gaan we uit van drie soorten cijfers.
Cijfers behaald voor een:

  • klein werk (SO);
  • middelgroot werk;
  • groot werk (repetitie).

Gebruikmakend van de volgende gewichten komt de rapportcijferberekening
als volgt tot stand:

  • elk klein werk telt 1x;
  • elk middelgroot werk telt 2x;
  • elk groot werk telt 3x.

Bij enkele vakken, o.a. de moderne vreemde talen, worden meerdere kleine werkjes met elkaar gemiddeld omdat vele overhoringen van bijvoorbeeld de woordenschat anders het gewicht van middelgroot en groot werk teniet zouden doen in het rapportcijfer.
Bij het berekenen van de rapportcijfers ronden we de eerste vier rapporten af op één decimaal; een 5,49 wordt bijvoorbeeld een 5,5. Op het overgangsrapport ronden we de cijfers af op gehele waarden; een 5,49 wordt dan een 5. Een rapportcijfer moet op minimaal twee cijfers zijn gebaseerd.

De overgangsregeling (leerjaar 1 t/m 3)
We hanteren de volgende overgangsregels: je wordt bevorderd als op je overgangsrapport:

  • alle cijfers 6 of hoger zijn of
  • er 1 x 5 of 1 x 4 of 2 x 5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij

het gemiddelde tenminste 6 is en

  • maximaal 1 x 5 is gescoord voor Nederlands, Engels, wiskunde en de rekentoets en geen van de cijfers lager is dan een 4.

Als je niet voldoet aan de hierboven gestelde eisen dan wordt je in de overgangsvergadering besproken en beslist de overgangsvergadering. Als je niet bevorderd wordt kun je doubleren, tenzij er redenen zijn om het onderwijs op een ander niveau te vervolgen. Na twee keer doubleren kun je niet meer je onderwijs op onze havo vervolgen.
Indien je in het derde leerjaar zit en de keuze van je vakkenpakket sterk afwijkt van de adviezen van je docenten, word je besproken. De docenten beslissen dan over je bevordering. Immers het vakkenpakket dat je in de bovenbouw kiest bepaalt in grote mate de kans om je diploma te halen.

De overgangsregeling leerjaar 4
We hanteren voor klas 4 de volgende overgangsregels:
In de 4e klas onderscheiden we twee cijferlijsten. Het overgangsrapport met daarop het gemiddelde van kleine, middelgrote en grote werken en je SE lijst met daarop het gemiddelde van de schoolexamens. Deze twee cijferlijsten beoordelen we afzonderlijk van elkaar voor de overgang.
Je wordt bevorderd als op je overgangsrapport en je SE lijst:

  • alle cijfers 6 of hoger zijn of
  • er 1 x 5 of 1 x 4 of 2 x 5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij

het gemiddelde tenminste 6 is en

  • maximaal 1 x 5 is gescoord voor Nederlands, Engels, wiskunde en rekenen en geen van de cijfers lager is dan een 4.

Als je niet voldoet aan de hierboven gestelde eisen dan word je in de overgangsvergadering besproken en beslist de overgangsvergadering.

Over je bevordering beslissen de docenten die jou lesgeven in een overgangsvergadering. Uiteraard staat jouw belang hierbij centraal. Als je niet bevorderd wordt kun je doubleren, Maar dat is geen automatisme. Er kunnen redenen zijn om het onderwijs op een ander niveau te vervolgen. Ook als je voor de tweede keer niet bevorderd wordt, omdat je al eens eerder gedoubleerd hebt, kun je niet meer je onderwijs op onze havo vervolgen.

Overstappen
Zit je een klas waarin je heel erg goed presteert? Of vallen jouw studieresultaten tegen? Dan bestaat de mogelijkheid om naar een ander schooltype over te stappen. Dit kan soms tussentijds maar meestal aan het eind van het schooljaar. Hiervoor (paragraaf 3.1) is al aangegeven dat wij in het bijzonder voor leerlingen die vanuit de havo/vwoklas hun leerroute op het vwo kunnen en willen voortzetten, voor begeleiding naar een vwo-afdeling op een andere school zorgen. Zo werken wij daarvoor bijvoorbeeld samen met het Amsterdams Lyceum.
Voor doorstroming in hogere leerjaren is extra aandacht nodig in verband met verschillen in de aanbod van vakken.
Binnen onze scholengroep van de VOvA (Voortgezet Onderwijs van Amsterdam) werken wij veel samen met het Hyperion Lyceum en de Bredero Mavo.
Vanzelfsprekend zullen we hierover contact met jou en je ouders opnemen.

Afspraken over repetities en proefwerken

  • De docent moet een groot werk minstens één week van tevoren aan de klas meedelen. Zowel huiswerk als toetsen worden in Magister gezet, een digitaal systeem waarin ouders en leerlingen cijfers en huiswerk kunnen bijhouden.
  • Het aantal te geven grote werken is vrij, met dien verstande dat het aantal grote werken per kwartaal minimaal gelijk is aan het aantal lesuren per week. Dit met uitzondering van het eerste kwartaal bij een drie- of vieruursvak; hiervoor gelden respectievelijk twee en drie proefwerken. De docent dient de werken evenwichtig over het kwartaal te verdelen, dat wil zeggen dat ongeveer de helft is gegeven en beoordeeld vóór het eerste rapport.

Bespreking en inzage van het werk
Van elk cijfer dat je voor een groot werk ontvangt, bespreken we met jou hoe het cijfer tot stand is gekomen en hoe het cijfer voor het rapport meetelt. Je hebt recht op inzage van het gecorrigeerde en beoordeelde werk. De bespreking over het werk vindt op school plaats. De opgaven en uitwerkingen blijven in het bezit van de school.

Afwezigheid
Heb je een geldige reden voor je afwezigheid tijdens een toets, dan heb je de mogelijkheid tot inhalen óf tot het niet meetellen van het werk. Wanneer na overleg met de teamleider vaststaat dat er sprake is van onrechtmatige afwezigheid, dan word je als spijbelaar behandeld: je hebt dan geen recht op inhalen.

  • Bij afwezigheid met een geldige reden wordt, afhankelijk van de zwaarte van het gemiste werk en de aard van de toets of het practicum, de mogelijkheid geboden tot inhalen of de mogelijkheid tot niet meetellen van het gemiste werk.
  • Bij het opgeven van een groot werk of een SO moet je jouw docent direct melden als er voor jou op die dag en dat uur al een afspraak is gemaakt met bijvoorbeeld een dokter of tandarts. Op dat moment kan er meteen een afspraak worden gemaakt om het werk in te halen. Voor het afgesproken repetitie-uur kunnen dus géén andere (controle)afspraken meer worden gemaakt.
  • Ben je bij een groot werk of een SO afwezig, dan noteert de docent voorlopig een 1. De docent informeert vervolgens bij de administratie of er die dag, of enkele dagen daarvoor, een melding is binnengekomen. Is er bericht, dan heb jij de plicht om bij terugkomst op school tijdens de eerstvolgende les een afspraak te maken met de docent om het werk in te halen. De ‘voorlopige’ 1 wordt dan vervangen door het behaalde cijfer. Is er geen bericht, dan zal je moeten aantonen dat het verzuim terecht was. Kun je dat, dan geldt de procedure als ‘wel bericht’. Bij onterecht verzuim blijft de 1 staan. De docent brengt je mentor op de hoogte en deze meldt het onterechte verzuim aan je ouders.
  • Indien je te vaak (al dan niet met bericht) bij grote werken en SO’s afwezig bent, neemt je vakdocent of mentor contact op met de teamleider. Er volgt dan een gesprek met jouw ouders.

Ouderavonden
Vlak na het uitreiken van de rapporten organiseren we ouderavonden. Indien noodzakelijk, kun je voor een gesprek met de mentor of de teamleider worden uitgenodigd. Wanneer je ouders vaker willen weten hoe het met jouw studieresultaten staat, dan kunnen ze hierover met je mentor contact opnemen. Je ouders kunnen ook altijd je schoolresultaten en verzuim inzien met dezelfde inlogcode als je van school gekregen hebt.